De Energiewende valt nog te redden

De Energiewende valt nog te redden

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof en ecomodernist Ralf Bodelier een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. Hierover houdt hij een blog bij voor de Groene Amsterdammer. In deel 39: Bodelier wandelt door een windstil en mistig Duitsland en reflecteert op de Energiewende (Duitse energietransitie).

Auteur en afbeelding: Ralf Bodelier. Afbeelding embedded vanaf Groene.nl

Zaterdagochtend 6 november, negen uur in de ochtend. Ik loop langs de spoorlijn van Regensburg naar Neurenberg. Aan mijn rechterhand verrijst een tien meter hoge muur van zonnepanelen. Aan mijn linker ligt een enorm veld met zonnepanelen. Althans, dat vermoed ik, want in deze even mistige als windstille ochtend zie ik op zijn best vijftig meter ver. Veel elektriciteit zullen de panelen vanochtend niet leveren. Dat geldt ook voor de windmolens die een half uur later opdoemen en waarvan de wieken stilstaan of tergend langzaam hun rondjes draaien.

Het is een typische, stille en waterkoude herfstochtend. Zo’n zaterdag waarop je je centrale verwarming flink opstookt, je wat langer onder de warme douche blijft staan en alle lampen aanblijven. Ik wrijf een bankje droog, ga zitten, pak mijn mobieltje en log in bij de Fraunhofer-Gesellschaft, het instituut dat de Duitse energieproductie bijhoudt. Want ik ben benieuwd hoeveel stroom op dit moment uit zon of wind komt en hoeveel wordt geproduceerd in centrales die draaien op kolen, gas, biomassa en uranium. De uitkomst verrast me. Op dit vroege tijdstip komt maar liefst 45 procent van alle Duitse stroom van zonnepanelen en windturbines. Wanneer ik enkele uren later, om kwart over twaalf, nog eens inlog, is het zelfs 55 procent. Dat is mooi. Fossiel legt het duidelijk af tegen zon en wind. De windstille mistbank waar ik doorheen wandelde was waarschijnlijk een lokaal verschijnsel.

Maandagavond 8 november. In een pension in Neurenberg werk ik verder aan deze blog. Het is tien uur en ik kijk opnieuw op de site van het Fraunhofer-instituut. Nu ziet de grafiek er minder fraai uit. Vanzelfsprekend komt na zonsondergang niets meer uit zonnepanelen, maar ook de Duitse wind laat het nu afweten. Vanavond zijn zon en wind goed voor nog geen 7 procent van alle elektriciteit. De overige 93 procent wordt ouderwets geleverd door bruinkool, gevolgd door steenkool, kernenergie en het verbranden van afval en biomassa.

Lees het volledige artikel via deze link.

Loop mee in de Klimaatmars en steun kernenergie!

Op zaterdag 6 november 2021 vanaf 13:00 vindt de Klimaatmars plaats in Amsterdam. Stichting Ecomodernisme is een van de zes organisaties die meeloopt namens Kern voor Klimaat, de burgerbeweging voor kernenergie en klimaat.

Klimaatverandering is een groot probleem. Dat vraagt om grote oplossingen. Wij zijn ervan overtuigd dat kernenergie noodzakelijk is om de CO2-uitstoot in 2050 serieus te reduceren.

 

Doe mee!

Geef je op via www.kernvoorklimaat.nl

 

 

Waarom kernenergie?

  • Kerncentrales stoten geen CO2 uit.
  • Kerncentrales leveren betrouwbare elektriciteit, ongeacht het weer, zodat we fossiele centrales echt kunnen sluiten.
  • Kerncentrales nemen weinig ruimte in, zodat we de natuur weer de ruimte kunnen geven in ons landschap.
  • Klimaatwetenschappers en economen zijn het erover eens: met meer kernenergie dringen we de CO2-uitstoot sneller en goedkoper terug dan zonder.

 

Opinie: houd ook de optie van kernenergie open

De aanpak van klimaatverandering leunt nog te veel op één oplossing. De urgentie van het probleem vraagt om een veel bredere aanpak, vindt Rudy Rabbinge, emeritus hoogleraar duurzame ontwikkeling en voedselzekerheid Wageningen University en voormalig Eerste Kamerlid voor de PvdA. In onderstaand opiniestuk in Trouw waarschuwt hij voor het uitsluiten van kernenergie.

Auteur: Rudy Rabbinge
Afbeelding: Pixabay

We zoeken naar betere oplossingen om in 2050 de CO2-uitstoot te reduceren tot nagenoeg nul. En ik denk dan terug aan wat ik leerde tijdens mijn lange carrière op het gebied van landbouw en ontwikkelingssamenwerking: maak afwegingen en houd alle opties open.

Als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid was ik betrokken bij opzet, uitwerking en implementatie van het fameuze Brundtland-rapport uit 1987, Our common future, in Nederland. Daarin werd opgeroepen tot duurzame ontwikkeling. Dat thema behelst vijf domeinen: voedsel, energie, water, natuur en grondstoffen. Ze zorgen elk voor problemen en verdienen allemaal oplossingen, maar de aanpak van het ene vraagstuk zorgt voor grotere uitdagingen dan het andere.

Stel, je wilt voorkomen dat grondstoffen uitgeput raken. Dan moet je zorgen voor recycling. Dat proces vreet energie, wat haaks staat op de doelstelling om zuinig met energie om te springen. Als je natuurgebieden wil vergroten, moet je areaal beschikbaar stellen. Dat betekent dat je cultuurgrond effectief moet inrichten, bijvoorbeeld met landbouw die hoge opbrengsten mogelijk maakt. Dat botst met de wens om in de voedselvoorziening te voorzien met biologische landbouw.

Een radicale aanpak kan niet tegelijk op álle gebieden. Dat is strijdig met elkaar. Om op alle terreinen vooruitgang te boeken, moet je afwegingen maken en geen opties uitsluiten.

Lees het volledige artikel via deze link.

Open Kernenergiebrief aan de Europese Commissie

Vandaag hebben wij burgers, vertegenwoordigd in Europese milieuorganisaties, een open brief gestuurd aan de Europese Commissie. Wij zijn bang dat de tot nu toe genomen besluiten binnen de EU niet op tijd (2050) zullen leiden tot uitsluiting van alle fossiele brandstoffen.

Onlangs heeft het wetenschappelijk bureau van de EU, the Joint Research Center, bevestigd dat kernenergie als CO2 reducerende technologie niet schadelijker is voor gezondheid en milieu dan bijvoorbeeld zon, wind, biomassa of waterkracht, laat staan fossiele brandstoffen. Om die reden zou kernenergie dus ook onderdeel moeten uitmaken van de EU Sustainable Finance Taxonomy. Die Taxonomie is bedoeld om het investeren in klimaatvriendelijke technologie te stimuleren op basis van neutrale en wetenschappelijke criteria. Staat een technologie niet in de Taxonomie dan is het niet duurzaam en valt het mogelijk buiten de boot voor opname in klimaat- en energiebeleid.

Na het verschijnen van het JRC rapport zou het nog door twee andere wetenschappelijke bureaus beoordeeld worden. Maar ministers van vijf lidstaten (Duitsland, Oostenrijk, Denenmarken, Luxemburg en Spanje) reageerden per brief al voor het verschijnen van deze reviews: ondanks de positieve conclusies van het JRC mag kernenenergie niet in Taxonomie.

In de komende maanden onderhandelt de EU verder of kernenergie in de Taxonomie moet komen. Pikant detail is dat tegelijkertijd ook besproken zal worden of gas opgenomen moet worden in de Taxonomie. Gas is een fossiele brandstof die afhankelijk maakt van landen buiten Europa.

Wij vinden dat dit de verkeerde kant op gaat. Tegelijkertijd zijn we ervan overtuigd dat we juist moeten inzetten op kernenergie om de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van 2050 te kunnen halen.

We roepen daarom alle verantwoordelijke EU vertegenwoordigers op om vooral de wetenschap leidend te laten zijn in hun verdere besluitvorming. Kernenergie hoort op basis daarvan thuis in de Taxonomie. Fossiel gas zeker niet.

U kunt de brief teruglezen via onderstaande link

https://bit.ly/3BynMua

Steun ook kernenergie in de EU!

Steun ook kernenergie in de EU!

Stichting Ecomodernisme heeft vandaag een brief geschreven aan de EU, waarin wij onderbouwen waarom kernenergie opgenomen moet worden in de European Sustainable Finance Taxonomy.

Lees de brief terug op: https://bit.ly/3BynMua

Sta jij, of staat jouw organisatie, ook achter deze boodschap? Word dan nu officieel mede-ondertekenaar via onderstaande link:

https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSdnCJzsYIwYVS0wceWx78ZD-YtBVUhJbXx1r27lAXTiz17uiw/viewform?usp=sf_link

Alvast hartelijk dank!

Mirjam Vossen in BD: Vertel eerst dat kernenergie veilig is

Mirjam Vossen in BD: Vertel eerst dat kernenergie veilig is

De discussie over een kerncentrale in Brabant laait op, inclusief het hardnekkige beeld dat kernenergie gevaarlijk is. Van dat beeld moeten we af, zegt mediaonderzoeker Mirjam Vossen.

Dr. Mirjam Vossen is mediaonderzoeker en promoveerde op beeldvorming en framing. Ze onderzocht onder meer hoe Nederlandse media berichten over kernenergie.

Het provinciebestuur wil de weg vrijmaken voor de bouw van een nieuwe kerncentrale in Brabant. Dat plan leidde direct tot een stevige discussie tussen voor- en tegenstanders. Het Brabants Dagblad deed er zaterdag verslag van. 

De veiligheid van kerncentrales is in deze discussie een terugkerend thema. Telkens doemt het beeld op dat kernenergie gevaarlijk is. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de foto die vrijdag bij het artikel over het Brabantse protest werd geplaatst (zie onderstaande afbeelding). Het was een foto van de centrale in het Belgische Doel. Volgens het onderschrift kampt deze centrale, ‘vlakbij de grens met Nederland’, ‘regelmatig met problemen’. Kernenergie, zo is de onderliggende boodschap, is niet pluis en wij Nederlanders lopen wellicht gevaar.

foto artikel brabantse kerncentrale

Hoe zit het dan met de veiligheid van kernenergie? Het zal voor velen als een verrassing klinken dat kernenergie – samen met zonne- en windenergie – de veiligste manier is om energie op te wekken. Onderzoekers becijferden dat kolencentrales per Terrawattuur aan elektriciteit 24,6 doden veroorzaken. Bij biomassa zijn dat 4,6 doden, bij gas 2,6 en bij zonne-, wind- en kernenergie minder dan 1. Deze doden vallen deels door ongelukken in de mijn, of tijdens transport en bouwwerkzaamheden. Maar de grootste boosdoener is luchtvervuiling. Stoppen met gas, biomassa, olie en kolen brandstoffen zou elk jaar drie tot vier miljoen voortijdige sterfgevallen door luchtvervuiling voorkomen.

Kernenergie stoot nauwelijks broeikasgassen uit en is veilig. Maar dat is niet het beeld dat het publiek ervan heeft. De generatie van 50 jaar en ouder –waar ik zelf toe behoor– groeide immers op met het ongeluk in Tsjernobyl. De journaalbeelden met wolken radioactiviteit staan diep in onze geheugens gegrift.

Maar Tsjernobyl is niet de enige verklaring voor ons scheve beeld van kernenergie. Kerncentrales melden –anders dan kolencentrales, chemische fabrieken of windparken- elk incident, ook wanneer er geen enkel risico voor de omgeving is. Dat betekent dat elke storing de krant haalt. Een lek in een waterpijp? De krant neemt het mee. Vertraagde onderhoudswerkzaamheden? Het komt in de krant. De kerncentrale gaat weer in bedrijf? De krant bericht er over. In Nederlandse kranten ging in 2018 maar liefst een derde van alle berichten over kernenergie over kleine incidenten. De lezer kan niet anders dan constateren dat het in kerncentrales doorlopend fout gaat.

De obsessie met de veiligheid van kerncentrales zien we ook rond Fukushima. Vorige maand was het tien jaar geleden dat daar een tsunami plaatsvond. De vloedgolf kostte bijna 16.000 mensenlevens en beukte een kerncentrale kapot. Niemand liet door dat kernongeluk het leven. Toch ging bij de herdenking van de tsunami alle media-aandacht naar de kerncentrale. Geen enkele journalist maakte een verhaal over de slachtoffers van de vloedgolf. Veel berichten gooiden bovendien het dodental van de tsunami (16.000) en de kernramp (0) op één hoop. Het NOS-journaal presteerde het zelfs om de tsunami te beschrijven als een gevólg van het kernongeval. Zo werd opnieuw de suggestie gewekt dat we voor kernenergie moeten vrezen.

Het wordt de hoogste tijd om de risico’s van kernenergie in perspectief te zien. De technologie is net zo veilig als wind- en zonne-energie. Dat zijn de feiten. Laten we deze vooropstellen, om vervolgens te discussiëren over het nut en de haalbaarheid van een kerncentrale in Brabant.

Bron: Brabants Dagblad

Fukushima: ook een mediaramp

De tsunami in Fukushima eiste 16.000 slachtoffers. Maar door de media-obsessie met kernenergie horen we niets over hen.

Auteur: Mirjam Vossen

Op 11 maart 2011 rolden metershoge tsunamigolven het oosten van Japan binnen. Ze vernielden alles op hun weg, sleurden auto’s en huizen mee en beukten een kerncentrale kapot. Bijna 16.000 mensen lieten in de vloedgolf het leven. De internationale pers rukte uit, camera’s draaiden, de wereld keek mee.

Maar al snel zag de wereld geen tsunami-slachtoffers meer. De toegestroomde pers raakte volledig in de ban van de kerncentrale die door de vloedgolf was getroffen. Wekenlang vulden de journaals zich met nieuws over de dreigende meltdown. Een groot gebied rondom de centrale werd geëvacueerd uit angst voor de ontsnapte radioactieve straling. Het liep – wat dodental betreft – met een sisser af: niemand liet als gevolg van de straling het leven.

Tiende verjaardag
De ramp was deze week precies tien jaar geleden. Tijd voor herdenking. Met de verslaggeving uit 2011 nog in het geheugen was ik benieuwd hoe de media dat zouden doen. Was Fukushima een natuurramp met 16.000 slachtoffers? Of een kernramp? Zagen journalisten überhaupt het verschil? Het 8-uur journaal van 5 maart had weinig goeds beloofd: uit de mond van nieuwslezer Jeroen Overbeek hoorden we dat de kernramp in Fukushima werd gevolgd (!) door een tsunami. Het was een pijnlijke uitglijder, die de suggestie wekte dat de kernramp de tsunami had veroorzaakt, in plaats van andersom.

Zouden kranten het beter doen? Ik nam de proef op de som en legde de oogst van ’10 jaar na Fukushima’ op de snijtafel. Tussen 5 en 12 maart verschenen er 35 artikelen over dit onderwerp in de krant. Ik stelde twee simpele vragen: gaat het artikel vooral over het kernongeval, of over de tsunami? En: houden journalisten de slachtofferaantallen van beide rampen uit elkaar?

Rode zone
Het antwoord op de eerste vraag verraste me toch nog. De berichtgeving draaide, zoals ik had verwacht, vrijwel uitsluitend om het ongeluk in de kerncentrale. Maar ik was verbaasd over de omvang van de eenzijdigheid: in maar liefst 28 van de 35 artikelen was de nasleep van de kernramp de rode draad. Reportages en interviews kwamen zonder uitzondering uit de rode zone rond de kerncentrale. Niet één artikel schonk aandacht aan tsunami-nabestaanden of overlevenden buiten die zone, terwijl in andere regio’s veel meer slachtoffers waren gevallen dan in de buurt van de kerncentrale.

Ook het vermelden van de slachtoffers rammelde. Zestien artikelen maakten melding van de dodelijke slachtoffers. Ruim de helft (9) gooide de slachtoffers van de tsunami en kernramp rampen op één hoop, of zaaide op een andere manier verwarring. Zo liet de PZC een hulpverlener terugblikken op de zoekactie in het rampgebied: “Het was heel speciaal, we hadden jodiumpillen bij ons. We hebben vijftig overledenen teruggevonden.” Tsja, dat doet toch denken dat ze overledenen van het kernongeval vond.

Klok en klepel
Al even misleidend was het Noordhollands Dagblad. De krant meldde dat er 18.500 slachtoffers waren gevallen, en dat ‘het grootste deel van het dodental werd veroorzaakt door de vloedgolf’. Niet onjuist, maar ‘het hele dodental’ was correcter geweest.

Opmerkelijk was ook het slachtoffertal in een artikel van het Financieele Dagblad. Volgens die krant varieerde het aantal directe doden van het kernongeluk ‘afhankelijk van de definitie die je hanteert’ van één persoon tot 573. De krant verzuimde te melden dat deze 573 personen, volgens een onderzoek uit 2012, stierven aan de gevolgen van de haastige evacuatie uit het gebied (het werkelijke aantal werd nadien bijgesteld tot 2.200). De evacuatie was achteraf gezien volstrekt overbodig: niemand was door de straling in gevaar gekomen. De geëvacueerden bezweken aan psychische en mentale stress en het tekortschieten van medische zorg. Ze stierven aan stralingsangst. Dat had het FD er wel even bij mogen zetten.

Bangmakerij
Relativerende geluiden waren er ook. De Telegraaf wijdde een commentaar aan de nodeloze bangmakerij over straling, en liet stralingsdeskundige, Geraldine Thomas, aan het woord om hetzelfde te zeggen. Kunstenares Tinkebell hamerde er in het Parool op dat de straling in Fukishima geen slachtoffers had geëist. En een oplettende Trouw-lezer wees de krant er fijntjes op dat het ten onrechte de suggestie had gewekt dat het vermelde aantal doden was gekoppeld aan straling uit de kerncentrale. Het tegengeluid kwam, opvallend genoeg, vrijwel uitsluitend van lezers, columnisten en commentatoren – niet van verslaggevers.

De conclusie van deze snijtafel is dat de berichtgeving over ’10 jaar Fukushima’ eenzijdig en misleidend was. Journalisten beperkten hun invalshoek vrijwel zonder uitzondering tot de kernramp – de tsunami werd hooguit in een bijzin genoemd. Velen maakten bovendien geen onderscheid tussen de slachtoffers van beide rampen, waardoor ze suggereerden dat ook het kernongeval veel levens had geëist.

Tsunamislachtoffers
Dat betekent niet dat het kernongeval geen aandacht verdient. Dat doet het wel. De schade voor de omgeving is enorm, het leed van de geëvacueerden is groot en dat verhaal verdient het om verteld te worden. Maar ‘Fukushima’ is meer dan dat. Het is ook het verhaal van 16.000 tsunamislachtoffers – en een veelvoud aan familieleden, vrienden en collega’s die zonder hen verder moeten leven. Door de media-obsessie met kernenergie is hun verhaal niet gehoord.

 

Tien jaar na Fukushima: een natuurramp, geen kernramp

Weggevaagde dorpen, smeulende puinhopen van ingestorte gebouwen, wanhoop op de gezichten van mensen die zochten naar familieleden: tien jaar geleden waren het hartverscheurende beelden uit Japan. Zeker 16 duizend mensen kwamen om, en duizenden bleven vermist, in de ravage van een van de hevigste aardbevingen ooit gemeten, gevolgd door een tsunami met golven van wel meer dan tien meter hoog.

Wat er die dag, 11 maart 2011, gebeurde bij de kerncentrale van Fukushima trok al snel meer aandacht. De koeling van de accu’s viel weg. De temperatuur van de kernreactor liep op en er volgde een meltdown. Waren we misschien getuige van een kernramp? Later, in het niet-nucleaire gedeelte, ontplofte waterstofgas. Was er nu overal radioactieve straling?

Met die straling viel het wel mee. De Wereldgezondheidsorganisatie zou de straling in het eerste jaar in de sterkst getroffen gebieden in een studie bepalen op 12 tot 25 millisievert (mSv) per jaar: ruim binnen de veilige dosis, waarop ons lichaam eventuele schade herstelt. Ter vergelijking: een CT-scan van de borst stelt ons bloot aan 7 mSv. Vanaf 100 stijgt de kans op kanker een klein beetje, en bij 500 ontstaan er serieuze klachten. De WHO constateerde in Japan dan ook geen gevolgen voor de volksgezondheid.

Enkele tientallen reddingswerkers kwamen op een dosis van meer dan 100 mSv. Zij lopen nu een statistisch iets toegenomen kans op kanker: bovenop de kans van ongeveer 35 procent die Japanners toch al lopen om in hun leven kanker te ontwikkelen, is dat voor hen 36 procent geworden. Dit valt weg in de ruis van alle andere factoren die bijdragen aan kanker, zo rapporteerde de UNSCEAR, het wetenschappelijk comité van de Verenigde Naties over straling.

Nog altijd zijn er hijgerige berichten over het stralingsniveau in en rondom Fukushima. Een nerveus tikkende geigerteller levert daarvoor het bewijs. Ontelbare mensen in beschermende kleding maken de wijde omtrek schoon en verlichtten zo de Japanse werkloosheidscijfers. Maar de blootstelling aan de straling uit de kerncentrale is, stelde UNSCEAR, voor veruit de meeste Japanners lager dan wat zij dagelijks al ervaren aan natuurlijke straling uit bodem en kosmos. Talloze plekken op de wereld hebben een hoger natuurlijk stralingsniveau dan Fukushima en omgeving. Je zou half Finland moeten ontruimen.

De politieke reactie op het ongeval in de kerncentrale zorgde voor immense schade. Tijdens een paniekerige en, naar later oordeel, onnodig omvangrijke evacuatie verlieten zo’n 150 duizend mensen huis en haard. Zij verloren hun huis, hun gemeenschap, vaak ook hun baan. Dit leidde tot een dramatische toename in posttraumatische stressstoornis, depressiviteit, alcoholisme en zelfmoord. Angst voor straling blijkt een veel grotere bedreiging voor de gezondheid dan straling zelf. Door die angst sloot Japan tientallen prima functionerende kerncentrales en schakelde over op kolencentrales: een bekende bron van ernstige problemen aan luchtwegen, waar geen aardbeving aan te pas hoeft te komen.

Al tien jaar bekijken journalisten de gebeurtenissen bij de kerncentrale van Fukushima nauwlettend. O jee, wel 40 biljoen becquerels radioactief tritium lekt in de oceaan! Huh, wat?! Het klinkt ontzettend veel, maar het is omgerekend evenveel tritium als er zit in 44 stuks van die lichtgevende Nooduitgang-bordjes zit. O jee, ze willen een miljoen ton koelingswater uit de kerncentrale dumpen in de Grote Oceaan! Check: de natuurlijke radioactiviteit is in de oceaan honderdduizenden malen groter. Dat beetje water uit de kerncentrale wordt verdund in een gigantisch waterreservoir, zodat het amper valt te meten.

Ondanks die voortdurende focus op Fukushima lijken journalisten nauwelijks te zien wat er werkelijk gebeurde – of, beter gezegd: wat er níet gebeurde. Is het denkbaar dat een herdenking van, pak ‘m beet, de Watersnoodramp van 1953 – bijna tweeduizend doden – vooral in het teken staat van een brandje in een graanschuur waarbij geen slachtoffers vielen?

 

Marco Visscher is journalist, auteur van De energietransitie en werkt aan een boek over kernenergie.

 

Wereldwijd kernenergie en wij stoken hout

Hoe kon het zo misgaan met het Klimaat- akkoord? Dat is over vier, vijf jaar de centrale vraag in een parlementaire enquête, voorzien Olguita Oudendijk en André Wakker. „Met de Green Deal en het Klimaatakkoord lossen we het klimaatprobleem niet op. Het roer moet snel om.”

Onze energievoorziening was altijd beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar. Maar anno 2021 is van ons mooie, vraaggestuurde en centraal ingerichte energiesysteem nog maar weinig over. We krijgen een decentraal, kleinschalig, weersafhankelijk systeem, waarin vraag en aanbod niet langer op elkaar aansluiten. Dat komt doordat niet langer technisch geschoolde overheidsdienaren onze energiekoers bepalen, maar allerlei belangenbehartigers die mogen aanschuiven aan klimaattafels, waar geen kiezer mee heeft ingestemd.

Deze groene belangenbehartigers hebben ook in de EU veel invloed. Neem de nieuwe Belgische minister voor energie, Tinne van der Straeten. Zij gaat zeven CO2-vrije kerncentrales – goed voor de helft van alle Belgische stroom – sluiten en vervangen door aardgascentrales, zonnepanelen en windmolens. Dat gascentrales CO2 uitstoten is geen probleem.

Klik hier om het volledige artikel te lezen.

 

Onze reactie op de kernenergie positionpaper van Greenpeace

Op 2 december om 14.00 uur zal de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken en Klimaat een hoorzitting houden over de rol van kernenergie als oplossing voor het klimaatprobleem in Nederland.

Wij zijn als stichting blij met de hoorzitting maar erg teleurgesteld over de kwaliteit van enkele ingebrachte positionpapers, met name die van Greenpeace. Deze actiegroep is geworteld in het verzet tegen kernwapens en kernenergie in de jaren ’70. Anno 2020 blijft de organisatie volharden in dat verzet, terwijl niet alleen de nucleaire technologie fundamenteel veranderd is, maar we ook voor een nieuwe, urgente opgave staan. En dat is de klimaatverandering. Stichting Ecomodernisme meent dat Greenpeace selectief shopt in onderzoek en literatuur. De stichting roept op om met open vizier en valide argumenten het debat te voeren met als gemeenschappelijk doelen: een CO2 vrije toekomst, het stabiliseren van de klimaatverandering, het behoud van het mooie Nederlands landschap en de gegarandeerde levering van elektriciteit, ook wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait.

Lees hieronder onze volledige reactie.

EM201202_reactie