Nieuwsbrief

Onze onafhankelijke wetenschaps- en klimaatjournalisten inspireren u graag met nieuwe inzichten en informatie. Wij focussen ons op feiten, innovatie, ethiek, filosofie en wetenschap. Een frisse kijk op de grootste uitdagingen van onze tijd, het Antropoceen.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief:

FAQ Ecomodernisme

Alles wat u altijd al hebt willen weten over ecomodernisme – en ook werkelijk durfde te vragen.

Waar staan ecomodernisten voor?

Ecomodernisten presenteren zich als progressieve verlichtingsdenkers, niet rechts en niet links, maar democratisch. Kritisch jegens klassieke groenen door te pleiten voor gentech en kernenergie. En kritisch jegens klassiek liberalen door te pleiten voor meer armoedebestrijding en voor overheidsingrijpen rond biodiversiteit en klimaatverandering. Ecomodernisten streven ernaar te werken op basis van wetenschap, binnen maatschappelijke en ethische kaders.

Wat wil Stichting Ecomodernisme?

Stichting Ecomodernisme wil het debat over milieu, klimaatverandering en de extreme armoede van 800 miljoen mensen openbreken met nieuwe ideeën en nieuwe oplossingen. De stichting publiceert daarom artikelen, boeken, documentaires en organiseert congressen, workshops en debatten. Daarmee gaat zij kritisch in gesprek met andersdenkenden waaronder de klassiek groene beweging. Ecomodernisten voeren campagne omdat ze geloven in groei in plaats van grenzen, in menselijke vooruitgang in plaats van hang naar het verleden, in wetenschap in plaats van doemdenken.

Hoe is (Stichting) Ecomodernisme tot stand gekomen?

Het ecomodernisme heeft zijn wortels in een essay uit 2004: The Death of Environmentalism van de Amerikanen Mike Shellenberger en Ted Nordhaus. Beide heren, daarvoor volop actief binnen de milieubeweging, raakten teleurgesteld over de beweging. Ze vonden dat de groenen waren losgezongen van de wetenschap en bovendien te weinig bereikten. Bovendien hadden ze geen visie op het grootste probleem, de extreme armoede in Afrika en Azië. De klassiek groenen plaatsen het milieuvraagstuk boven het probleem van de armoede van de (op dat moment) meer dan één miljard mensen. Ze verkiezen zonne energie en consuminderen boven armoedebestrijding en economische groei. Vervolgens richtten Shellenberger en Nordhaus het Breakthrough Institute op, een inmiddels dertienkoppige denktank én het alternatief voor klassiek groen. Daaronder bevinden zich Mark Lynas, oud Earth First-prominent en gentechspijtoptant, Stewart Brand, een van oorsprong terug-naar-het-platteland-ecoloog die nu een belangrijke pleitbezorger is voor genetische modificatie en kernenergie. Geïnspireerd door het werk van Shellenberger en Nordhaus, schreven zeven Nederlandstalige journalisten, wetenschappers en voormalige klassiek groene milieuactivisten in 2017 het boek Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei, dat verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het is deze samenwerking die leidde tot de huidige stichting Ecomodernisme.

Nemen ecomodernisten klimaatverandering wel serieus?

Dat doen we zeker! Ecomodernisten erkennen dat het klimaat versneld verandert, dat de mens daarvan de oorzaak is en dat dit een serieus probleem is dat vraagt om een snelle en effectieve aanpak. Ecomodernisten onderschrijven de wetenschappelijke consensus, zoals die is beoordeeld door het IPCC, het Klimaatpanel van de Verenigde Naties.

De toenemende CO2-uitstoot stelt de mensheid voor een grote opgave. Hoewel de vooruitzichten van de gevolgen van voortgaande klimaatverandering overwegend somber stemmen, menen ecomodernisten dat er geen plaats is voor moedeloosheid: we moeten blijven investeren in oplossingen. Volgens ons vergt een verstandig klimaatbeleid een mix van maatregelen om klimaatverandering af te remmen en maatregelen om ons aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zo pleiten we voor technologieën om de CO2-uitstoot terug te dringen én voor het ontwikkelen van klimaatbestendig zaaigoed voor boeren in ontwikkelingslanden. Ons uitgangspunt is dat we de kosten en baten van die maatregelen eerlijk moeten verdelen: mensen met lage inkomens en mensen in opkomende landen moeten erop vooruit gaan.

Waarom zijn ecomodernistisch zo kritisch op energie uit zon en wind?

Dankzij ambitieuze politieke maatregelen zullen windmolens en zonnepanelen in de komende decennia zorgen voor veel meer stroom. Ecomodernisten verwelkomen de toename van de CO2-vrije elektriciteit die ze leveren, maar willen tegelijk de verdere uitrol van deze hernieuwbare bronnen in perspectief plaatsen. Er kleven namelijk ook nadelen aan. Ze vergen een groot oppervlakte en de installaties hebben maar een beperkte levensduur van zo’n 25 jaar. Bovenal: als het weer tegenzit, is er nog altijd geen mogelijkheid om deze stroom grootschalig en betaalbaar op te slaan, bijvoorbeeld in de vorm van batterijen of waterstof. Dat probleem kan in de toekomst worden verholpen, maar zover zijn we nog niet en de obstakels zijn groot.

Ook de spectaculaire prijsdaling van zonne- en windstroom, te danken aan subsidies en investeringen, verdient een kanttekening. De prijs per kWh geldt slechts wanneer de wind waait of wanneer de zon schijnt, dus een prijsvergelijking met elektriciteitscentrales die wél constant stroom leveren, is onbruikbaar. De kritiek op energie uit zon en wind is voor ecomodernisten echter geen reden om het uit te sluiten in een schone energievoorziening.

Is ecomodernisme geen excuus voor de vrije markt en het kapitalisme?

Ecomodernisten hebben oog voor zowel de kracht als de zwakte van de markt. Het kapitalisme was onmiskenbaar een stuwende kracht achter de enorme economische groei van de afgelopen tweehonderd jaar, waardoor mensen welvarender, gezonder en gelukkiger werden. Toch schiet de markt tekort, omdat zij ook kan leiden tot ongelijkheid en afbraak van de leefomgeving. Ecomodernisten zien daarom een cruciale rol weggelegd voor de overheid om de markt bij te sturen. Zo pleiten ecomodernisten voor grootschalig overheidsingrijpen bij de transitie naar verduurzaming in zowel de energie- als voedselsector. Denk hierbij aan belasting op bepaalde voedingsmiddelen om gedrag bij te sturen, of het faciliteren en financieren van de bouw van kerncentrales of andere CO2-arme technieken.

Ecomodernisten zien de overheid bovendien als een van belangrijkste krachten voor innovatie. Ze pleiten daarom voor ruimschootse financiering van universiteiten en andere onafhankelijke wetenschappelijke instellingen om nieuwe duurzame technologieën te ontwikkelen.

Hoe zien ecomodernisten de verduurzaming van de landbouw?

Ecomodernisten pleiten voor intensiveren – tenminste, als dat betekent dat boeren meer voedingswaarde (en niet per se meer kilo’s) per hectare gaan produceren. Daardoor blijft er meer ruimte over voor wilde natuur en biologisch rijke cultuurlandschappen. Voor Nederland betekent dat: hoogproductieve landbouw op daarvoor geschikte gronden, en herstel en behoud van oude cultuurlandschappen, eventueel in combinatie met bedrijven op het gebied van zorg, recreatie en biologische productie.

Om de effecten van intensieve landbouw op de omgeving zoveel mogelijk te beperken, pleiten ecomodernisten voor een combinatie van ecologische inzichten en moderne technologie. Het resultaat is een scala aan bedrijfsstijlen: agro-productieparken in en om de steden voor de aanvoer van verse producten, en in het buitengebied akkers met verschillende gewassen (mengteelten) en kruidenrijke weilanden waar niet alleen gras wordt omgezet in zuivel en vlees, maar die ook fungeren als CO2-opslag. Ecomodernisten spreken van ‘ecologische intensivering’.

Is ecomodernisme nu links of rechts?

Sommige mensen noemen ecomodernisme ‘rechts’. Immers, ecomodernisten omarmen zaken als kernenergie, gentechnologie en intensieve landbouw: standpunten die vaker worden gedeeld door rechtse dan linkse partijen. Volgens anderen is ecomodernisme juist ‘links’ vanwege de zorgen om klimaatverandering, armoede en milieu: thema’s die vooral door ‘links’ op de agenda worden gezet.

Ecomodernisme is simpelweg niet te plaatsen in het traditionele kamp van links en rechts. Dat blijkt ook uit de politieke voorkeuren van ecomodernisten en sympathisanten: zij vertegenwoordigen vrijwel het gehele politieke spectrum. Dat willen we graag zo houden. Politiek-ideologisch hokjesdenken staat onze missie om nieuwe oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken alleen maar in de weg.

Zijn ecomodernisten techno-optimisten?

Ecomodernisten erkennen het nut van technologie bij de zoektocht naar oplossingen voor problemen. Daarvoor hoeven we maar een blik te werpen op het verleden: tweehonderd jaar geleden was vrijwel iedereen ter wereld straatarm en ongeletterd, met een gemiddelde levensverwachting van minder dan 30 jaar. Dankzij doorbraken in wetenschap en technologie overleven we vandaag infectieziektes, eten we veilig voedsel, wonen we in verwarmde huizen en krijgen we een verdoving bij de chirurg. Technologie heeft ons leven op ongelooflijk veel manieren verbeterd. Ook politieke maatregelen hebben invloed gehad op deze vooruitgang.

Dat betekent niet dat we door kunnen gaan op de ingeslagen weg. Te lang schoot het milieu er bij in. Vandaag zullen we onze inventiviteit en wetenschappelijke kennis voor een belangrijk deel moeten inzetten om onze leefomgeving te verbeteren. Ecomodernisten beseffen dat successen uit het verleden geen garanties bieden voor de toekomst. De resultaten uit het verleden stemmen ons echter hoopvol dat we ook problemen van vandaag het hoofd kunnen bieden.

 

Wat is de visie voor 2100: Ecomodernisme wereldwijd?

In 2100 herbergt de planeet tegen de tien miljard mensen. Meer dan 90 procent hiervan woont en werkt in de stad, in 2000 was dat nog 50 procent. Om de stad liggen grote boerenbedrijven vol genetisch gemodificeerde gewassen die een vier keer zo hoge opbrengst behalen als aan het begin van de 21e eeuw. Veel van die boerderijen zijn gevestigd in met zonnepanelen beklede hoogbouw. In de verte ontwaar je de koeltorens van een kerncentrale, de windmolens zijn aan het zicht onttrokken en draaien nu met honderden op zee. Voorbij het boerenland begint de natuur, die nu het grootste deel van de oppervlakte van onze planeet inneemt. Was in 2000 nog de helft van het aardoppervlak in gebruik door de mens, vandaag is dat nog maar een kwart. De rest is teruggegeven aan de natuur. Zowel de biodiversiteit als de uitstoot van CO2 zijn weer terug op het niveau van voor 1850. Vrijwel niemand meer verkeert in extreme armoede.

Wat is de visie voor 2100: Ecomodernisme in Nederland?

Anno 2018 had Nederland een klimaatakkoord waarin stond dat in 2030 de CO2 -uitstoot met 49 procent is gedaald. Die doelstelling zou bij lange na niet worden gehaald omdat zon en wind in niet meer dan 17 procent van de totale energiebehoefte bleken te voorzien. De rest bleef afkomstig uit gas en steenkool, zodat het al snel duidelijk was dat de uitstoot van CO2 maar amper zou dalen. Om die reden pleitten Ecomodernisten voor andere, wél CO2 arme energiebronnen zoals kernenergie en thorium. In 2030 ontving oud-minister Wiebes van Economische zaken en Klimaat dan ook de jaarlijkse Ecomodernisme-prijs omdat hij tijdens het kabinet Rutte III een begin maakte met het aanleggen van een CO2-vrij Thoriumpark. Dat bleek te voorzien in de Nederlandse energiebehoefte en liet de CO2 uitstoot dalen naar het niveau van 1990. In datzelfde kabinet Rutte III verdiende minister Carla Schouten haar sporen met het aanleggen van de agrarische hoofdstructuur op de meest vruchtbare gronden. Deze loopt van Noord-Oost Groningen, via de veenkoloniën en de Flevopolders naar Zeeland. Schouten slaagde er in door middel van compacte landbouw de helft van de landbouwgronden weer terug te geven aan de natuur en aan bestemmingen als zorg en recreatie.